Het biobased gehalte: wat zegt dat nu eigenlijk?

Steeds meer verffabrikanten vermelden het aandeel biobased grondstoffen in hun verf op verpakkingen, in productinformatie en op websites. Op zich een goede zaak: hoe meer ze gebruikmaken van hernieuwbare grondstoffen, hoe beter. Maar wat zegt zo’n vermelding precies? En waar moet je op letten bij het vergelijken van de verschillende percentages en samenstellingen van verfproducten? Dat leggen we uit in deze blog.

Auteur: Ron Hulst, Manager R&D Royal Van Wijhe Verf

Verf bestaat uit verschillende ingrediënten, zoals pigmenten, vulstoffen, conserveermiddelen, bindmiddelen en oplosmiddelen en/of verdunners. Bij biobased verven worden de op aardolie gebaseerde grondstoffen (voornamelijk bindmiddelen en oplosmiddelen) gedeeltelijk vervangen door snelgroeiende hernieuwbare materialen. En dat alles met behoud van de kwaliteit en verwerkingseigenschappen van de verf, dat is het uitgangspunt.

Berekenen of meten

Om het biobased-gehalte van verven te kunnen beoordelen en vergelijken, moet je weten hoe dit is berekend of gemeten. Hiervoor worden verschillende methoden gebruikt, die tot verschillende resultaten leiden.
Het zal niemand verbazen dat verfproducenten vaak de methode gebruiken die voor hen het gunstigst uitpakt. En dat is nogal verwarrend, want daardoor worden appels en peren door elkaar gegooid.

De materiaalbalansmethode

De eerste manier om een biobased-gehalte te bepalen, is door het te berekenen. Hierbij worden de resultaten van een volledig (productie)proces onder de loep genomen, waarbij de in- en uitstroom van hernieuwbare materialen tegen elkaar worden afgewogen. Uiteindelijk levert dit een percentage op dat aan producten kan worden toegerekend. Zelfs als een bepaald product nauwelijks terugwinbare grondstoffen bevat. Ingewikkeld? Zeker. Toch is het een geaccepteerde methode in onder andere Duitsland.

Koolstofdatering

In plaats van het biobased-gehalte te berekenen, kun je het ook daadwerkelijk in het product zelf meten. Dit kan door middel van koolstofdatering of 14C-analyse. Een methode die ook in de archeologie en kunstgeschiedenis wordt gebruikt om de leeftijd van voorwerpen en (grond)stoffen te bepalen. In dat geval wordt op basis van het gehalte bepaald welk percentage van het materiaal bestaat uit grondstoffen die jonger zijn dan 10 jaar. Dit zijn de plantaardige gewassen, oftewel hernieuwbare grondstoffen.

Deze meetmethode is specifieker dan de materiaalbalansmethodiek en kan door iedereen worden geverifieerd. Er zit echter ook hier een addertje onder het gras. Op basis waarvan bereken je het biobased-percentage?

TOC of TC

Het biobased-gehalte kan worden bepaald als een percentage van uitsluitend de organische koolstof in de verf (bindmiddelen en oplosmiddelen) of als een percentage van de totale verf, inclusief pigmenten, vulstoffen enz. Een aantal verffabrikanten hanteert de eerste methode, het percentage totale organische koolstof (TOC). Andere fabrikanten, waaronder Koninklijke Van Wijhe Verf, kiezen voor de tweede methode, het percentage totale koolstof (TC).

Dit verklaart waarom sommige merken een hoger biobased-gehalte claimen dan andere. Controleer daarom bij verrassend hoge biobased-percentages altijd de gebruikte methodologie en beoordeel het resultaat vervolgens op zijn merite.

Biobased gehalte versus CO₂-voetafdruk

Tot slot blijft de vraag in hoeverre het biobased gehalte iets zegt over de duurzaamheid van een product. Het zegt zeker iets over de terugwinbaarheid van de grondstoffen, dat staat vast. Maar een hoog biobased gehalte betekent niet automatisch een lage(re) CO₂-voetafdruk. Een duurzame verf is het resultaat van drie factoren: biobased grondstoffen, een lange levensduur en een zo laag mogelijke CO2-voetafdruk.

Meer nieuwsartikelen

Nieuwsartikel
Nieuwsartikel
Nieuwsartikel

Volg Ralston op social media

Voor nieuws, advies en inspiratie

Direct contact?

+31 38 429 11 00

Ma – Vrij 08:00 – 17:00 uur

Nieuwsbrief

Meld je aan voor de nieuwsbrief​.